Natuurmuseum Brabant
U bent momenteel in:scholen | voortgezet onderwijs
Algemeen:
Toegangsprijs voor scholen bedraagt € 2,50 per leerling.
Scholen met een abonnement hebben gratis toegang.
De speurtochten zijn gratis.
Toegangsprijs voor scholen bedraagt € 2,50 per leerling.
Scholen met een abonnement hebben gratis toegang.
De speurtochten zijn gratis.
De Reis, speurtocht 'Hoezo seks?'
Klas: klas 1 en 2 van het voortgezet onderwijs
Duur: ongeveer 3/4 uur
De zaal 'Hoezo seks?' behandelt het thema van seksualiteit en voortplanting. Centraal staan man en vrouw bij mens en dier. Er is aandacht voor verschillen tussen de twee typen, relatievorming, man-vrouw verhoudingen en het vookomen van een SOA. De vele variaties en mogelijkheden komen op een luchtige wijze aan bod.
Klas: klas 1 en 2 van het voortgezet onderwijs
Duur: ongeveer 3/4 uur
De zaal 'Hoezo seks?' behandelt het thema van seksualiteit en voortplanting. Centraal staan man en vrouw bij mens en dier. Er is aandacht voor verschillen tussen de twee typen, relatievorming, man-vrouw verhoudingen en het vookomen van een SOA. De vele variaties en mogelijkheden komen op een luchtige wijze aan bod.
Docenten kunnen naar eigen inzicht of samen met de museumdocenten een programma samenstellen.
De Reis, speurtocht 'Van hot naar her'
Duur: ongeveer 3/4 uur
Klas: klas 1 en 2 van het voortgezet onderwijs
Planten en dieren worden volwassen en gaan op zoek naar een eigen plek. Ze zoeken een plaats waar ze zich veilig voelen en waar genoeg voedsel is. Daarnaast bestaat de onweerstaanbare behoefte om zich te verplaatsen en nieuwe kansen te benutten. Op de fiets kunnen leerlingen de afstand trappen die verschillende dieren afleggen voordat ze hun plekje gevonden hebben en bij de ‘gokautomaat’ van het migratiespel maken ze de juiste combinatie van soort, land van herkomst, reden van vertrek en bestemming.
Ook in deze zaal een duidelijke knipoog naar de mens.
Docenten kunnen naar eigen inzicht of samen met de museumdocenten een programma samenstellen.
Docenten kunnen naar eigen inzicht of samen met de museumdocenten een programma samenstellen.
De Reis, speurtocht 'Overleven en uitsterven'
Duur: ongeveer 1 uur
Klas: alle klassen van het voortgezet onderwijs
Ondersteunend didactisch materiaal: Leskist fossielen.
Dit onderwerp valt in twee delen uiteen. Eén zaal behandelt de evolutie aan de hand van de verschillende uitsterfperioden, de andere zaal heeft als centraal thema de mineralenkringloop. Wat doen planten en dieren om de dood zo lang mogelijk uit te stellen en welke gevaren liggen allemaal op de loer?
Docenten kunnen naar eigen inzicht of samen met de museumdocenten een programma samenstellen.
Oertijdlab
Oertijdlab
Klas: klas 1 en 2 van het voortgezet onderwijs
Duur: 1,5 tot 2 uur (workshop en bezoek tentoonstelling met speurtocht)
Datum: Op aanvraag
Ondersteunend didactisch materiaal: Leskist ‘Fossielen’
Toeslag: € 0,50 p.p.
De kinderen leren wat fossielen zijn en hoe sommige fossielen ontstaan. Ook wordt verteld wat er in de bodem van Zuid-Limburg aan fossielen te vinden is in de mergel. Ze gaan daarna zelf aan de slag om fossielen uit mergel te halen. De gevonden fossielen krijgen de kinderen mee naar huis. Deze activiteit is prima te combineren met de permanente tentoonstelling ‘Overleven en Uitsterven’.Duur: 1,5 tot 2 uur (workshop en bezoek tentoonstelling met speurtocht)
Datum: Op aanvraag
Ondersteunend didactisch materiaal: Leskist ‘Fossielen’
Toeslag: € 0,50 p.p.
Veldwerk in de Kaaistoep
klas: HAVO/VWO 3-4-5-6
Duur: ongeveer een dagdeel
Datum: april t/m oktober, met uitzondering van de schoolvakanties
Kosten: gratis voor scholen binnen subsidiërende gemeenten, daarbuiten € 90,- per groep.
Natuurmuseum Brabant verzorgt veldwerklessen in natuurontwikkelingsgebied 'de Kaaistoep' (Blaak = Tilburg-Zuidwest) en in de 'Dongevallei' (Reeshof). De leerlingen onderzoeken planten, dieren, de bodem, het weer en de omgeving.
Bovenbouw havo/vwo aan de slag als ruimtelijke ontwikkelaars
Natuurmuseum Brabant heeft in samenwerking met de Stichting Brabants Erfgoed i.o. ‘Plan je Eigen Ruimte Brabant’ ontwikkeld. In dit project gaan aardrijkskundeleerlingen als een echte planoloog aan het werk met actuele (her)inrichtingsvraagstukken. Aan de hand van voorbeelden uit de eigen regio onderzoeken zij het verleden en heden van een plek als inspiratie voor de toekomstige ruimtelijke inrichting.
De leerlingen verwerken de resultaten in een eigen inrichtingsplan, dat zij presenteren aan de klas. Zij doen zo kennis op van hun eigen woonomgeving en de cultuurhistorische elementen daarin. Verder maken zij kennis met complexe besluitvormingsvraagstukken en leren waardering op te brengen voor het culturele erfgoed in hun eigen omgeving. Plan je Eigen Ruimte (PjER) levert zo een bijdrage aan burgerschapsvorming; leerlingen leren verantwoording te nemen voor de kwaliteit van de inrichting van de eigen leefomgeving.
Voor docenten biedt Plan je Eigen Ruimte de gelegenheid leerlingen onderzoeksvaardigheden te laten opdoen, zoals oefenen interview- en presentatievaardigheden en ICT-gebruik. Omdat historische, biologische en economische aspecten vanzelfsprekend een rol zullen spelen in het onderzoek van de leerlingen, is Plan je Eigen Ruimte zeer geschikt voor vakoverstijgende projecten. Niet alleen docenten van verschillende disciplines werken samen, Plan je Eigen Ruimte geeft de school kans om samen te werken met gemeentes, bewoners en belangengroepen.
Plan je Eigen Ruimte Brabant is op dit moment ontwikkeld voor het gebied Moerenburg, een buitengebied ten oosten van Tilburg, grenzend aan Nationaal Landschap Het Groene Woud. In een eerste onderzoeksfase kruipen de leerlingen in de huid van een belangengroep: agrariërs, natuurbeheerders of cultuurhistorici. Via de website www.pjerbrabant.nl hebben de leerlingen toegang tot bronnenmateriaal. Dit zijn stukken uit verslagen, inventarisaties, krantenartikelen etc. Zo krijgen zij een indruk van het heden en verleden van het gebied en de verschillende belangen die er spelen. Daarnaast brengen de leerlingen ook een bezoek aan het gebied en gaan ze zelf op zoek naar bronnen. Hiertoe kunnen ze verschillende instanties bezoeken die hun medewerking verlenen, waaronder Waterschap De Dommel, Regionaal Archief Tilburg en Gemeente Tilburg. In de tweede fase worden de belangengroepen gemengd. De gemengde groepen krijgen als taak een inrichtingsplan op te stellen. Belangen en visies zullen botsen, maar de leerlingen moeten er wel samen zien uit te komen.
Bij de ontwikkeling van het lesmateriaal hebben aardrijkskundeleraren van Durendael in Oisterwijk en het Cobbenhagencollege in Tilburg commentaar en advies geleverd. Binnenkort gaan de eerste leerlingen van Durendael aan de slag.
Het streven is meer Plan Je Eigen Ruimte-projecten in Brabant in de toekomst te ontwikkelen. Natuurmuseum Brabant en Erfgoed Brabant nodigen andere partijen mee te werken aan uitbreiding van PjER Brabant met andere locaties. Overkoepeld thema hierbij is ‘Stadsrandproblematiek in relatie tot de natuur’.
Het project wordt financieel ondersteund door Erfgoed Nederland: www.erfgoednederland.nl en www.planjeeigenruimte.nl
Bovenbouw havo/vwo aan de slag als ruimtelijke ontwikkelaars
Natuurmuseum Brabant heeft in samenwerking met de Stichting Brabants Erfgoed i.o. ‘Plan je Eigen Ruimte Brabant’ ontwikkeld. In dit project gaan aardrijkskundeleerlingen als een echte planoloog aan het werk met actuele (her)inrichtingsvraagstukken. Aan de hand van voorbeelden uit de eigen regio onderzoeken zij het verleden en heden van een plek als inspiratie voor de toekomstige ruimtelijke inrichting.
De leerlingen verwerken de resultaten in een eigen inrichtingsplan, dat zij presenteren aan de klas. Zij doen zo kennis op van hun eigen woonomgeving en de cultuurhistorische elementen daarin. Verder maken zij kennis met complexe besluitvormingsvraagstukken en leren waardering op te brengen voor het culturele erfgoed in hun eigen omgeving. Plan je Eigen Ruimte (PjER) levert zo een bijdrage aan burgerschapsvorming; leerlingen leren verantwoording te nemen voor de kwaliteit van de inrichting van de eigen leefomgeving.
Voor docenten biedt Plan je Eigen Ruimte de gelegenheid leerlingen onderzoeksvaardigheden te laten opdoen, zoals oefenen interview- en presentatievaardigheden en ICT-gebruik. Omdat historische, biologische en economische aspecten vanzelfsprekend een rol zullen spelen in het onderzoek van de leerlingen, is Plan je Eigen Ruimte zeer geschikt voor vakoverstijgende projecten. Niet alleen docenten van verschillende disciplines werken samen, Plan je Eigen Ruimte geeft de school kans om samen te werken met gemeentes, bewoners en belangengroepen.
Plan je Eigen Ruimte Brabant is op dit moment ontwikkeld voor het gebied Moerenburg, een buitengebied ten oosten van Tilburg, grenzend aan Nationaal Landschap Het Groene Woud. In een eerste onderzoeksfase kruipen de leerlingen in de huid van een belangengroep: agrariërs, natuurbeheerders of cultuurhistorici. Via de website www.pjerbrabant.nl hebben de leerlingen toegang tot bronnenmateriaal. Dit zijn stukken uit verslagen, inventarisaties, krantenartikelen etc. Zo krijgen zij een indruk van het heden en verleden van het gebied en de verschillende belangen die er spelen. Daarnaast brengen de leerlingen ook een bezoek aan het gebied en gaan ze zelf op zoek naar bronnen. Hiertoe kunnen ze verschillende instanties bezoeken die hun medewerking verlenen, waaronder Waterschap De Dommel, Regionaal Archief Tilburg en Gemeente Tilburg. In de tweede fase worden de belangengroepen gemengd. De gemengde groepen krijgen als taak een inrichtingsplan op te stellen. Belangen en visies zullen botsen, maar de leerlingen moeten er wel samen zien uit te komen.
Bij de ontwikkeling van het lesmateriaal hebben aardrijkskundeleraren van Durendael in Oisterwijk en het Cobbenhagencollege in Tilburg commentaar en advies geleverd. Binnenkort gaan de eerste leerlingen van Durendael aan de slag.
Het streven is meer Plan Je Eigen Ruimte-projecten in Brabant in de toekomst te ontwikkelen. Natuurmuseum Brabant en Erfgoed Brabant nodigen andere partijen mee te werken aan uitbreiding van PjER Brabant met andere locaties. Overkoepeld thema hierbij is ‘Stadsrandproblematiek in relatie tot de natuur’.
Het project wordt financieel ondersteund door Erfgoed Nederland: www.erfgoednederland.nl en www.planjeeigenruimte.nl








