In de vitrine!

Elke maand kiest directeur Fiona Zachariasse of één van onze conservatoren een dier van de maand uit de uitgebreide, diverse collectie om in het zonnetje te zetten. Dat kan om allerlei redenen zijn: omdat ze wel eens wat extra aandacht verdienen, omdat ze een mooi verhaal hebben, of er grappig/lelijk/verrassend uitzien.

Deze maand: de Wolharige Mammoet! 

Wolharige mammoet

een van de meest indrukwekkende zoogdieren ooit

Afgelopen winter waren er in Nederland een paar koude dagen en konden de schaatsen na een aantal jaren weer uit het vet. Maar winters in Nederland zijn doorgaans erg mild. Dat was in het Midden Pleistocene tijdperk, tijdens de IJstijd van het Salieen 238.000 tot 126.000 jaar geleden, wel anders: toen was Midden- en Noord Nederland permanent bedekt met landijs dat helemaal tot aan de noordpool reikte. Wat later Brabant zou worden, was steppe: een boomloos grasland met koud-minnende plantensoorten. Op deze steppe liep een van de meest indrukwekkende zoogdieren ooit rond – de wolharige mammoet. 

Mammoeten vormen een aparte groep binnen de familie van de Elephantidae, de olifantachtigen. Ze zijn verre neven en nichten van de Indiase en Afrikaanse olifanten. Wolharige mammoeten waren de laatste Euraziatische mammoetsoort, afstammelingen van steppenmammoeten die zelf afstamden van mammoetsoorten die migreerde van Afrika naar Europa, ongeveer 1 miljoen jaar geleden.

Wolharige mammoeten waren forse dieren – met een schouderhoogte van tussen de 2,7 en 3 meter, een lichaamslengte van ruim 4 meter en een gewicht van tussen de 5 en 7 ton. Ze waren dicht behaard met lange bruinachtige haren en hadden kleinere oren en kortere staarten dan moderne olifanten om warmteverlies te beperken. Het was droog maar koud op de steppe!  Heel kenmerkend voor mammoeten zijn hun grote gebogen slagtanden, die ook enkele meters lang waren. Men denkt dat mammoeten in hechte kuddes woonden, net zoals moderne olifanten.

Restanten van mammoeten worden gevonden over bijna het gehele noordelijk halfronde, overal waar het permanente ijs niet naartoe reikte. In Siberië, waar er nog toendra is, worden goed gepreserveerde bevroren exemplaren af en toe aangetroffen bij graafwerkzaamheden. In Nederland vinden we geen hele kadavers terug, maar skeletdelen. Deze worden ook opgevist vanuit de Noordzee, want wat nu daar de zeebodem is was ook bewoonbare steppe in de IJstijd.

mammoet tussen de Egyptische piramides...?

De meeste wolharige mammoeten zijn uitgestorven aan het einde van de meest recente IJstijd, ongeveer 10.000 jaar geleden, hoogstwaarschijnlijk van een combinatie van klimaatverandering en omdat er veel op ze werd gejaagd door de mens. Op het eiland Wrangel in Siberië blijkt de wolharige mammoet het nog veel langer uitgehouden te hebben: tot ongeveer 3.700 jaar geleden. Dus ten tijde van de bouw van de piramides in het oude Egypte liepen er toch ook nog mammoeten rond!

Je kunt een levensgrote reconstructie van een wolharige mammoet zien in het museum in de tentoonstelling IJstijd, en een indrukwekkende schedel met slagtanden hangt in de hal naast het museumcafé.