In de vitrine!

Elke maand kiest directeur Fiona Zachariasse of één van onze conservatoren een dier van de maand uit de uitgebreide, diverse collectie om in het zonnetje te zetten. Dat kan om allerlei redenen zijn: omdat ze wel eens wat extra aandacht verdienen, omdat ze een mooi verhaal hebben, of er grappig/lelijk/verrassend uitzien.

Deze maand, in het kader van familie: het negenbandgordeldier! 

Negenbandgordeldier

Altijd drie precies dezelfde broers of zussen!

Wie heeft er altijd drie identieke broers of drie precies dezelfde zussen? Een negenbandgordeldier! Handig of juist niet, tijdens een lockdown...?

Negenbandgordeldieren  (Dasypus novemcinctus) leven in Latijns-, Midden-  en Noord-Amerika. Het zijn bijzondere gepantserde zoogdieren, die ongeveer 5 kilo wegen en een lengte (inclusief staart!) hebben van 70-100 cm).  De eerste gordeldieren (familie Dasypodidae) verschenen in het Eoceen (56 tot 34 miljoen jaar geleden) en zijn in de tussenliggende tijd weinig veranderd. Er zijn in totaal 21 verschillende soorten, waarvan het negenbandgordeldier de enige is dat ook in Noord-Amerika voorkomt.

Pantser met dun laagje haar
Alle gordeldieren bezitten een stevig pantser van verbeende huidschilden: het aantal pantserdelen verschilt, vooral rond het middenlijf, waar smallere pantserbanden ervoor zorgen dat het diertje kan buigen. Het tellen van de banden maakt het ook mogelijk om soorten uit elkaar te halen: er zijn ook drie-, zes- en zevenbandgordeldieren. 
Met hun pantser zijn gordeldieren goed beschermd tegen roofdieren, maar niet tegen de kou: het pantser heeft maar een heel dun laagje haar. Gordeldieren blijven dus graag in gebieden waar het warm is. Met hun grote klauwen graven ze burchten om in te wonen. Daar is het ook lekker knus als het weer even tegen zit. Afgedankte gordeldiertunnels zijn populair bij andere kleine holbewoners zoals holenuilen en prairiehonden.
Negenbandgordeldieren zijn insecteneters, dus er staan mieren, termieten en kevers op het menu.

een meter de lucht in als je ze laat schrikken

Negenbandgordeldieren hebben een aantal bijzondere fysieke eigenschappen: als ze schrikken, kunnen ze een meter recht omhoog springen. Ze kunnen hun adem inhouden voor maar liefst 6 minuten: wanneer ze een rivier of meertje willen oversteken, kunnen ze gewoon onder water over de bodem heen lopen. Als ze daar geen zin in hebben, kunnen ze ook drijven: om dat te doen vullen ze hun ingewanden met lucht, die ze daarna weer uitblazen.

Gordeldieren paren in juli-augustus (noordelijk halfrond) of december –januari (zuidelijk halfrond), maar dan gebeurt er iets bijzonders! Het embryo gaat dan even in de wachtstand, totdat de omstandigheden gunstiger zijn voor zwangerschap; een verschijnsel dat embryonale diapauze heet. Als het embryo zich eindelijk verder gaat ontwikkelen splitst het in vier (!) identieke delen (zogeheten polyembronie). Dus baart moeder negenband vier precies dezelfde jongeren: of vier jongens, of vier meisjes. Tadaa: een jonge negenband heeft dus altijd drie broers of zussen om samen mee groot te worden.
Hoe lijkt je dat? In coronatijd misschien fijn, want je hebt altijd iemand om mee te spelen. Of lastig, want meer herrie als je thuis les moet volgen...?

Het negenbandgordeldier kan je normaal gesproken bekijken in de OO-zone van het museum, maar nu tijdelijk helaas even niet...