In de vitrine!

Elke maand kiest directeur Fiona Zachariasse of één van onze conservatoren een dier van de maand uit de uitgebreide, diverse collectie om in het zonnetje te zetten. Dat kan om allerlei redenen zijn: omdat ze wel eens wat extra aandacht verdienen, omdat ze een mooi verhaal hebben, of er grappig/lelijk/verrassend uitzien.

Deze maand: de Reuzenwoestijnspringmuis! 

Reuzenwoestijnspringmuis

Springend door het leven

De reuzenwoestijnspringmuis, ook bekend als de Grote- of Egyptische woestijnspringmuis is een klein knaagdier uit de familie Dipodidae: de Jerboa’s of springmuizen.
Springmuizen zijn genoemd naar hun meest opvallende eigenschap: ze hebben extreem lange achterpoten (tot vier keer de lengte van hun voorpoten) en gaan dus springend door het leven, in plaats van lopend of rennend. Ook al heeft een reuzenwoestijnspringmuis een lichaamslengte van maar 13 cm met een staart van 20 cm, hij kan sprongen maken tot 1 meter hoog en tot 2 meter ver. Als hij springt op zijn topsnelheid bereikt hij 24 km per uur!

Jerboa’s komen voor in het noordelijk halfrond, meestal in woestijn- en steppegebieden. Er zijn 33 soorten. De Reuzenwoestijnspringmuis leeft in Noord-Afrika en het Midden-Oosten, van Marokko tot in Saudi-Arabië. Het zijn nachtdieren, die goed gebruik maken van een uitstekend gehoor en hun onverwachte-sprongvermogen om roofdieren zoals uilen en slangen te ontwijken. Door vaak en plotseling van richting te wijzigen, maken Jerboa’s het knap lastig voor andere dieren die het op de springmuis hebben gemunt. 

Jerboajonkie begint als viervoetertje
Jerboa’s wonen in ondergrondse holen en zijn sociale dieren. Ze brengen de dagen veilig door in hun hol en ’s nachts komen ze tevoorschijn op zoek naar eten: zaden, wortels en scheuten. Voortplanten gebeurt in de winter of het voorjaar en de jongen worden geboren en grootgebracht in een nest in het hol.
Bij geboorte zijn hun voor- en achterpoten even lang en gebruiken de jonkies hun voorpoten om zich te verplaatsen. Pas na zeven weken zijn hun achterpoten lang genoega zodat ze verder tweevoetig springend door het leven gaan. Ze hebben een levensverwachting van 6 jaar.

Nog meer springmuizen: geen familie, wel verwant
Er bestaan ook elders op de wereld in woestijnen kleine dieren die ‘springmuizen’ heten, zoals in Australië. Hoewel ze bijna dezelfde lichaamsbouw en levensstijl hebben, zijn ze geen familie van de Jerboa’s. Sommige zijn zelfs niet eens knaagdieren (dezelfde orde), maar bijvoorbeeld buideldieren.
Dit zijn voorbeelden van parallelle- en convergente evolutie, waarbij een vergelijkbare lichaamsbouw en plaats in een ecologische niche onafhankelijk van elkaar ontstaan. Hoe dat zit? Bij verwante groepen (zoals binnen de orde knaagdieren) met een gezamenlijke verre voorouder spreken we van parallelle evolutie. Bij niet verwante groepen (zoals buideldieren en knaagdieren) spreken we van convergente evolutie.

De reuzenwoestijnspringmuis is te bekijken in een vitrine op de informatiebalie in de OO-zone.