In de vitrine!

Elke maand kiest directeur Fiona Zachariasse of één van onze conservatoren een dier van de maand uit de uitgebreide, diverse collectie om in het zonnetje te zetten. Dat kan om allerlei redenen zijn: omdat ze wel eens wat extra aandacht verdienen, omdat ze een mooi verhaal hebben, of er grappig/lelijk/verrassend uitzien.

Deze maand kiezen we voor het Vliegend Hert: je verwacht iets heel anders dan je ziet!

Dramatisch uiterlijk, maar totaal onschuldig

Eén van de grootste en meest indrukkwekkende insecten van Nederland is het Vliegend Hert. Mocht je het geluk hebben om een mannetje van deze zeldzame keversoort in het wild te aanschouwen dan is er weinig kans op verwarring: zijn lengte van 9 cm en zijn grote, zwarte, getakte kaken (die lijken op een hertengewei, vandaar zijn naam) worden door geen ander insect in onze contreien geëvenaard.
Ondanks zijn dramatische uiterlijk is het Vliegend Hert geheel onschuldig. Hij kan met zijn kaken niet eens bijten: die zijn bedoeld om vrouwtjes en rivaliserende mannetjes te imponeren. De kleinere kaken van de vrouwtjes zijn nog wél functioneel: die worden gebruikt om gaten te knagen in boomschors om bij het sap, het voedsel van de kevers, te komen.

Het Vliegend Hert is een eikenbosbewoner: het liefst oude bossen met weinig menselijke activiteit, zoals bomenkap. Ze hebben oude en omgevallen bomen nodig voor hun levenscyclus. Er zijn thans in Nederland weinig bossen die daaraan voldoen, maar de kevers komen nog voor op de Veluwe en in de loofbossen rondom Nijmegen vlakbij de Duitse grens.
Vliegende Herten hebben een complexe levenscyclus. Die kan tot acht jaar duren, voordat hun larve -die leeft in en van verrot hout- zich ontpopt als kever. De grootte van de kever wordt bepaald door de leefomstandigheden van de larve: hoe beter hij het heeft gedaan, hoe groter het volwassen insect.

Volwassen kevers komen tevoorschijn in de vroege zomer en hebben dan enkele weken de tijd om een partner te vinden en zich voort te planten, voordat ze doodgaan. Tot laat in de middag houden ze zich schuil in de bomen. Dan komen de mannetjes tevoorschijn, op zoek naar een vrouwtje. Hij gaat af op de feromonen (geurstoffen) die door een vrouwtje worden afgegeven. Een mannetje kan 3 kilometer vliegen in zijn zoektocht.
Vaak wordt er meer dan één mannetje gelokt door de geur; er volgt dan een krachtmeting. De mannetjes worstellen met elkaar, en proberen het evenwicht van hun rivaal te verstoren zodat hij het opgeeft of uit de boom valt. De winnende kever krijgt niet alleen de kans om te paren: hij wordt ook vaak gevoerd met sap door het vrouwtje, hetgeen handig is omdat hij zelf alleen sap kan likken en geen schors kan knagen met zijn kaken.

Het Vliegend Hert komt vaak voor in het volksgeloof en de kunst: zelfs de befaamde Albrecht Dürer heeft hem vastgelegd in 1505.

Het vliegend hert is te zien in de OO-zone van het museum.