In de vitrine!

Elke maand kiest directeur Fiona Zachariasse of één van onze conservatoren een dier van de maand uit de uitgebreide, diverse collectie om in het zonnetje te zetten. Dat kan om allerlei redenen zijn: omdat ze wel eens wat extra aandacht verdienen, omdat ze een mooi verhaal hebben, of er grappig/lelijk/verrassend uitzien.

Deze maand: de Buizerd! In Nederland laat hij zich vaak zien, maar dat is voor deze roofvogel niet bepaald normaal- in andere landen zie je 'm bijna niet. Reden te meer om dus een keer goed te kijken als je er eentje tegenkomt!

de Buizerd: scherpe kijker en "thermiekspotter"

Eén van de meest herkenbare roofvogels in Nederland is de Buizerd (Buteo buteo). Deze bruine vogel meet ongeveer een halve meter en is vaak zittend op een hek of paal langs de weg te zien, of zwevend over een veld met af en toe een slag van zijn vleugels- die een spanwijdte hebben van +/- 130 cm.
Buizerds horen bij de havikachtigen, de Accipitridae. Zij komen in bijna heel Europa voor en ook in delen van Azië. In Nederland en andere landen met een gematigd klimaat is het een standvogel, in het verre Noorden een trekvogel.

De Nederlandse populatie is aanzienlijk groter in de koudere maanden, omdat Scandinavische buizerds hier overwinteren. Ze jagen op kleine prooien, zoals konijnen, muizen en kikkers, maar schuwen insecten, wormen of aas ook niet. Deze opportunistische aanpak is een van de redenen achter zijn wijde verspreiding.

Buizerds hebben een sterk ontwikkeld gezichtsvermogen; een paal dient dan ook als uitkijkpost voor prooi. Een gemengde habitat is voor buizerds het meest geschikt. Ze hebben bomen nodig om te broeden en open groen om te jagen. Zo zichtbaar als ze zijn in Nederland is echter uitzonderlijk. We zijn bevoorrecht!

Een buizerdnest, een horst, wordt hoog in een grote boom gebouwd. Het vrouwtje legt meestal elk voorjaar drie eieren. Behalve in jaren met veel prooi zijn er meestal niet meer dan twee kuikens, die een week of zeven in de horst blijven voordat ze uitvliegen. Ze zijn pas na drie of vier jaar volwassen en kunnen in het wild 26 jaar worden.

 

Super-thermiekspotter

Buizerds zijn kampioen in het benutten van thermiek. In het voorjaar en zomer gebruiken ze de opstijgende lucht van thermiekbellen om, al cirkelend, grote hoogtes te bereiken. Soms alleen, soms in groepen. Piloten van zweefvliegtuigen weten om goed uit te kijken voor buizerds, want ze zijn steevast een teken van een goede thermiekbel. Vaak cirkelen zweefvliegtuig en buizerd samen totdat ze allebei de gewenste hoogte hebben bereikt.

In het museum
De buizerd is te zien in het museum op de begane grond in de OO-zone en de presentatie over het landschap.