In de vitrine!

Elke maand kiest directeur Fiona Zachariasse of één van onze conservatoren een dier van de maand uit de uitgebreide, diverse collectie om in het zonnetje te zetten. Dat kan om allerlei redenen zijn: omdat ze wel eens wat extra aandacht verdienen, omdat ze een mooi verhaal hebben, of er grappig/lelijk/verrassend uitzien.

Deze maand - nu social distancing overal is-: de Jan-van-gent.

Jan-van-gent (Morus bassanus)

Viseter met talent voor social distancing

We leven momenteel in een tijd van social distancing. Het, vanwege het coronavirus, op een veilige afstand van elkaar blijven overal waar het maar kan: thuis, onderweg of op het werk.

Social distancing komt ook voor in de natuur: vele vogels die in grote groepen, zogenaamde kolonies, leven passen het toe. Op die manier creëert elk broedpaar binnen de massa genoeg eigen ruimte om vellig en relatief ongestoord te broeden op hun nest en na het uitkomen van de eieren hun jong te voeren.

Een goed voorbeeld hiervan is de Jan-van-gent (Morus bassanus), een grote zeevogel die op klippen langs de kusten van de Noordzee en de Atlantische oceaan leeft. Genten zijn gestroomlijnde vogels met lange smalle vleugels. Ze hebben een lange spitse snavel, een wit verenkleed met zwarte vleugeltippen en een licht okerkleurige kop en lichte ogen met een felblauwe oogring. Volwassen vogels zijn ongeveer een meter groot, en wegen tussen 3 en 4 kilo. Hun uitgestrekte vleugels hebben een spanwijdte van 1,8 meter.
Jan-van-genten zijn viseters. Om vis te vangen, duiken ze van een grote hoogte de zee in en kunnen daarbij een snelheid van 100 km per uur bereiken.

    broeden met de voeten

    Genten worden volwassen in hun vierde tot vijfde levensjaar en vormen dan een koppeltje voor het leven. Omdat ze trouw zijn aan hun geboortegebied, kunnen op geschikte locaties hele grote kolonies ontstaan: 75.000 broedparen op één plek komt voor.

    Geen broedplek, maar (grote) voeten
    Per jaar legt het vrouwtje één grijsblauw ei, dat het paar om de beurt warm houdt met hun grote voeten. Net als andere zeevogels die veel onder water zijn, zoals pinguïns en pelikanen, maar in tegenstelling tot vogels in het algemeen, hebben genten geen  'broedplek': een kale plek op de borst met extra bloedtoevoer, die gebruikt wordt om eieren wam te houden. Vandaar dat ze hun voeten gebruiken: die zijn dan ook extra warm.
    Genten kiezen een vaste nestlocatie in hun kolonie en verdedigen die met pit: komt een ander te dichtbij, dan wordt er gebeten en gehakt met hun krachtige snavel. Het resultaat hiervan is dat over de hele kolonie de nesten op een niet-pikken afstand van elkaar zijn gesitueerd. Een schoolvoorbeeld van sociaal afstand houden!

    Hwit Gannet, Ian Ban Gainead of Gwyn Huganod
    De naam Jan-van-gent heeft trouwens niets te maken met de historische figuur Jan van Gent, maar is hoogstwaarschijnlijk een verbastering van de Keltische Ian Ban Gainead, het Welsh Gwyn Huganod (waar voor beide de ‘d’ klinkt als een ‘t’) en het oude Engelse Hwit Gannet. Alle drie betekenen ‘grote witte zeevogel’.

    In het museum is de Jan-van-gent te zien in de presentatie “Hoezo seks?” op de 2e verdieping.