“Sinds 1935 liefde voor de natuur.”
Geschiedenis van Natuurmuseum Brabant
Op 30 juli 1935 gingen in Tilburg de deuren open van een gloednieuw museum: het Natuurhistorisch Museum Tilburg. Wat ooit klein begon, is uitgegroeid tot het grootste natuurmuseum van Zuid-Nederland. Een plek waar wetenschap, educatie en verwondering samenkomen.
Het Natuurhistorisch Museum Tilburg was een initiatief van Gemeente Tilburg samen met de Koninklijke Nederlandsche Heidemaatschappij (tegenwoordig Arcadis). De officiële opening werd verricht door burgemeester Vonk de Both. In de Paleisstraat in de voormalige intendantswoning van Koning Willem II was toen een kamer ingericht met de tentoonstelling Paddestoelen, Vlinders en Bijen. Op de begroting stond 18 gulden voor een ‘feestelijk onthaal’ en 500 gulden voor de verwerving van voorwerpen.
De basis van de verzameling werd gevormd door een enthousiaste groep natuurliefhebbers van de KNNV (Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging). In de beginjaren werden er zelfs diorama’s gemaakt met verse, zelfgeplukte paddenstoelen. De tentoonstellingen bleven 5 dagen fris en waren een groot succes. Het zijn maar enkele anekdotes uit de rijke geschiedenis van het museum.
De pioniersjaren
De eerste directeur was bioloog dr. A. Liernur, leraar aan de Rijks-HBS. In 1954 nam de heer W. van Boextel het stokje over. Samen met hun teams bouwden ze in de eerste decennia een indrukwekkende verzameling op. Het doel was helder: het bevorderen van de waardering voor de natuur, wat later natuur- en milieueducatie is gaan heten.
Begin jaren '60 had het museum het heel moeilijk. Het werd bijna wegbezuinigd en het gebouw moest wijken voor de aanleg van de Paleisring. Heel Tilburg ging in die tijd op de schop voor de ‘modernisering’. Collecties en tentoonstellingen verhuisde naar een noodgebouw in de Kloosterstraat, een lekkende textielfabriek. Het museum overleefde dit alles, scholen uit de hele stad kwamen er met hun klassen naartoe. Een bewijs dat de liefde voor natuur niet zomaar weg te bezuinigen is.
Naam ‘Natuurmuseum Brabant’
In 1976 ging Van Boextel met pensioen en werd hij opgevolgd door drs. A. van Berge Henegouwen. Onder zijn leiding en die van zijn opvolger (1979), dr. F. Ellenbroek, heeft het museum een enorme groei en professionalisering doorgemaakt. In 1985 verhuisde het museum opnieuw, nu naar zijn huidige locatie: de voormalige Lagere Technische School aan de Spoorlaan. Het gebouw, inmiddels een Rijksmonument, werd de vaste thuisbasis van het museum.
In de jaren '90 kwam er een milieueducatief centrum bij, dat inmiddels helemaal in het museum is geïntegreerd. Ook kreeg het museum een nieuwe naam: ‘Noordbrabants Natuurmuseum’. In 2003 werd dat kortweg ‘Natuurmuseum Brabant’.
In de loop der tijd groeide het museum uit tot een vaste waarde in Noord-Brabant. In de provincie vervult het een voortrekkersrol, die in 2006 bekroond werd met de Brabantse Museumpenning.
Innovatieve tentoonstellingen
De ambities van het museum groeiden mee. In 2004 opende een permanente expositie volgens een heel nieuw, veel breder concept: van een museum over de natuur veranderde hiermee het museum in een museum over het leven.
Het museum bleef vernieuwen. In 2010 werd de OO - zone geopend: het Ontdek- en Onderzoeksdomein voor Natuur. Hier kunnen bezoekers vanaf hun onderzoekstafels zelf echte materialen uit de vitrinelades halen. Het bleek een enorm succes. Een jaar later kreeg het museum ook het naastgelegen pand van het voormalige Scryption in bruikleen. Daar hangt sindsdien een indrukwekkend skelet van een mannetjespotvis, dat bezoekers keer op keer weet te verbazen.
In 2016 volgde BOS, een speciale zaal voor kinderen van 4 tot 8 jaar. Hier laat het museum jonge bezoekers spelenderwijs kennismaken met de natuur. Vier keer per jaar wisselt de sfeer mee met het seizoen.
Nieuwe koers en nieuwe energie
Na bijna vier decennia gaf Ellenbroek in 2018 het stokje door aan dr. Fiona Zachariasse. Zij gaf het museum een frisse huisstijl en een vernieuwde missie en visie, maar de kern bleef hetzelfde: prikkelende tentoonstellingen, activiteiten en educatieve programma’s bieden waarbij de beleving van de bezoeker voorop staat.
Met succes, de bezoekersaantallen bleven stijgen, totdat corona in 2020 roet in het eten gooide. Maar het museum kwam sterker terug. In 2023 werd een recordaantal van 100.000+ bezoekers gehaald. Dat jaar opende ook twee grote permanente tentoonstellingen: Zoek het zelf uit! en Leve het leven. Vooral die laatste, over biodiversiteit, zet bezoekers aan het denken over de urgentie van natuurbehoud en de rol van de mens in het geheel.
Een museum voor iedereen
Van zelfgeplukte paddenstoelendiorama’s tot ‘science snacks’ uit een snackmuur, er is veel veranderd sinds 1935. Maar het uitgangspunt blijft hetzelfde: innovatieve tentoonstellingen met natuurwetenschappelijke kennis als basis. Om mensen te laten houden van de natuur, een levenslange liefde voor natuur te stimuleren en een basis te leggen voor duurzaam handelen.
Zo legt Natuurmuseum Brabant de basis voor nieuwe generaties natuurliefhebbers en -beschermers.